
Mijn naam is Tessy Fausch, ik ben Luxemburgse en ik werk sinds twee jaar voor AZG als verpleegster. Het is niet de eerste keer dat ik voor AZG naar de DRC reis: ik was er ook al voor mijn allereerste missie. Ik keerde dan ook met plezier terug naar dit gigantische land. Bovendien is het een enorm voorrecht om deel te mogen uitmaken van de Urgentiepool Congo (PUC, Pool d’Urgence Congo), en ook dé manier om het land te ontdekken. Interessanter werk is niet denkbaar: de PUC houdt zich bezig met medische spoedgevallen, waardoor we ervaring kunnen opdoen met de behandeling van verschillende soorten aandoeningen, zoals mazelen, en in dit concrete geval cholera.
Mijn eerste interventie brengt me dus naar Kindu, om er cholera te bestrijden. Kindu is een stadje aan de Congorivier. Er geraken is echter moeilijker dan ik dacht. Er is immers slechts één passagiersvlucht per week – ook al is Kindu de hoofdstad van de provincie Maniema – , en af en toe ook humanitaire en VN-vluchten. Die laatste zijn efficiënt, maar tijdrovend. Je moet immers lang vooraf reserveren, en het aantal plaatsen is beperkt. Voor onze vlucht naar Kindu kregen we pas 12 uur voor het vertrek de bevestiging dat heel ons team (acht mensen) de volgende ochtend mocht vertrekken.
Maar waarom niet gewoon de auto nemen, zult u me zeggen. Goede vraag! Er zijn weliswaar wegen, maar eigenlijk zijn het meer paden en aardewegen. Autosnelwegen zijn er niet in dit immense land, dat 80 keer groter is dan België. Er zijn enkele asfaltwegen, maar die zijn niet in goede staat. Buiten Kinshasa is er nagenoeg geen weginfrastructuur.
Dat geldt trouwens voor bijna alle infrastructuur: water, elektriciteit, ziekenhuizen, scholen enz. Enige uitzondering: mobiele telefonie. De gsm-antennes schieten als paddenstoelen uit de grond. In sommige dorpen leven de mensen nog net als 150 jaar geleden, maar hebben ze wel een gsm… Welkom in Afrika!
We komen dus op maandag 24 november aan op de luchthaven van Kindu. De luchthaven bestaat uit een asfaltbaan en een hoofdgebouw dat nog uit het koloniale tijdperk dateert, maar in behoorlijke staat is.
De eerste twee dagen vliegen voorbij, want je moet contacten leggen met de lokale administratie en gezondheidsautoriteiten, en met de andere ngo’s ter plaatse.
Een andere medische ngo die al jaren ter plaatse is, is al gestart met de behandeling van de choleragevallen en krijgt daarbij technische ondersteuning van het AZG-team. Het gaat daarbij concreet om opleidingen voor het personeel in het cholerabehandelingscentrum (CTC), sensibilisering van de bevolking in de zwaarst getroffen wijken en de logistieke vernieuwing van het CTC (een goede isolatieruimte installeren, voldoende hoeveelheden drinkwater en gechloreerd water ter beschikking stellen, enz.).
Het ministerie van Volksgezondheid geeft ons groen licht om ook de andere gezondheidzones te bezoeken die getroffen zijn door cholera.
Een medisch en logistiek team houdt zich dus bezig met het CTC, terwijl het andere team naar de verschillende gezondheidszones vertrekt om er de situatie in te schatten.
Ik maak deel uit van het tweede team, het mobiele team. Ons eerste doel is: de gezondheidscentra bezoeken langs de rivier. Dat betekent voor mijn twee collega’s (een verpleegkundige en een logistiek medewerker) en ikzelf een driedaagse boottocht om ongeveer 200 km af te leggen.
De bezoeken aan de Gezondheidscentra (CDS, Centres de Santé) zijn bijzonder interessant. Het is altijd indrukwekkend om te zien hoe goed het personeel zich uit de slag trekt met zulke schaarse middelen: weinig geneesmiddelen en nog minder materiaal. De consulten zijn meestal tegen betaling, behalve als het om een officieel erkende epidemie gaat, en dat is momenteel het geval. Dat betekent dat elke patiënt die hier binnenkomt met zware diarree, gratis behandeld wordt.
Gelukkig hebben we maar drie verdachte choleragevallen vastgesteld tijdens ons bezoek aan de verschillende structuren. Groot probleem: de patiënten in kwestie verblijven in dezelfde ziekenhuiszaal als de andere zieken! Cholera is echter een heel besmettelijke ziekte die overgebracht wordt via orofecale weg, bijvoorbeeld door besmet water te drinken. Het is dan ook absoluut noodzakelijk om verdachte gevallen te isoleren. Dat gebeurt echter niet, door gebrek aan infrastructuur, middelen en knowhow.
Vandaar dat we niet alleen geneesmiddelen hebben geleverd, maar ook de verpleegkundigen hebben uitgenodigd voor een opleidingssessie de week nadien.
De rest van ons verblijf in Kindu verloopt rustig. Aangezien het aantal gevallen beperkt is, hebben we ons geconcentreerd op de verpleegopleiding en op de behandeling van de choleragevallen. We hebben ook van de gelegenheid geprofiteerd om andere gezondheidsstructuren te bezoeken, kwestie van de regio beter te leren kennen met het oog op toekomstige interventies.
Het was voor mij een verrijkende ervaring om voor de eerste keer te mogen deelnemen aan een cholera-interventie. Bovendien maakte ik mijn eerste boottocht (per prauw) op de Congorivier, en last but not least: leerde ik fufu eten, hét Congolese gerecht bij uitstek. Fufu is een puree van maniok- en maïsmeel, met een “niet te bepalen” smaak. Het wordt gegeten met rode saus (en in Kindu met verse vis uit de rivier). Bij mijn eerste verblijf in Maniema had ik wat moeite met dit traditionele gerecht, maar ondertussen lust ik het al liever. Toch kijk ik al uit naar de pot choco die op mij staat te wachten in Kinshasa!
PUC cholera, congo, infrastructuur, verpleegkundige
Reacties