Home > Dimitri > Et alors: Port-au-Prince

Et alors: Port-au-Prince

March 5th, 2010

Een landing om van te dromen. Na Hispagnola, het eiland waar Haïti op ligt, volledig te zijn overgevolgen, doemden in de ondergaande zon Port-au-Prince en de baai van Port-au-Prince op, aan de voet van het lokale gebergte. Het vliegtuig vloog over de hele stad tot boven de zee, keerde volledig om en vloog vlak over de Amerikaanse oorlogsbodems, de gigantische ziekenhuisboot van de Amerikanen, enkele scheepswrakken en de haven, en landde zachtjes.

De Amerikaanse aanwezigheid aan en op de luchthaven is zeer duidelijk: humvee’s, helikopters die ik vooral ken uit Vietnamfilms, tentenkampen, soldaten die zich zichtbaar dood vervelen, enfin, het gekende zootje. De luchthaven was wel grappig.

Ten eerste: totale chaos en geduw en getrek, waarbij een Duitse dokter opmerkte dat er nu maar een relatief klein vliegtuig was geland. Stel je voor wat het is als er hier eens drie tegelijk toekomen. Ten tweede: de bagageband die je normaal verwacht was vervangen door het kampioenschap bagagewerpen. De valiezen vlogen door de lucht, gelukkig zonder erg. Aan de poort stond meteen een chauffeur van Artsen Zonder Grenzen met het herkenbare logo me op te wachten.

Eerste indrukken van Port-au-Prince

Eén: Het is Afrika in Amerika, er is weinig Caraïbisch aan, laat staan dat je hier nog een indiaan zou tegenkomen. De geluiden, de huizen, de geuren (de aangename en de onaangename), de gezellige chaos: allemaal Afrikaans. Ik denk alleen dat het licht hier anders is als in Afrika, al kan ik goed niet definiëren wat er anders aan is.

Twee: grote delen van de stad staan nog recht. Je verwacht op een of andere manier in een gigantisch puinhoop terecht te komen maar – te oordelen na de eerste rit – leek er aanvankelijk nog vrij veel recht te staan. De schijn bedriegt echter, de ergst getroffen wijken liggen aan de rand van de stad, de plaatsen waar de bendes daarvoor al het actiefst waren. Bovendien vond de aardbeving om 17u plaats, op dat moment komen ouders hun kinderen halen in de school, veranderen de shifts op het werk in de overheidsgebouwen etc.

Op het moment van de aardbeving vonden zich dus zeer veel mensen in de gebouwen. Vooral de overheidsgebouwen en die zijn het hardst getroffen, vandaar het hoge dodental (Artsen Zonder Grenzen schat 200.000 doden). Ik voelde me bovendien niet bijzonder onveilig. De chauffeur reed rustig en ik voelde geen dreiging in de stad. Dit ondanks de gewelddadige reputatie.

Drie: de hulpverlening is inderdaad massaal. Je kan geen drie straten ver rijden zonder een jeep van een ngo, de blauwhelmen, de VN etc. te passeren.

Het hoofdkwartier

Ik verblijf in het hoofdkwartier van Artsen Zonder Grenzen-België in Port-au-Prince. Ze bezitten hier enkele versleten koloniale gebouwen, stijl vergane glorie, die met elkaar verbonden zijn. Deze gebouwen liggen barstensvol expats zoals ik. Ik slaap op een matras onder een muskietennet in de gang. Lang leve de oordoppen en het ooglapje dus, maar het is zeer goed georganiseerd.

De was wordt gedaan, het is proper, het eten is behoorlijk lekker, er is overal koel water en er is een frigo met pintjes. Ik kwam laat aan (+- 24u wakker) maar nam toch even de tijd om iets te eten, mezelf aan iedereen voor te stellen en een pintje te drinken. Daarna sliep ik zeer goed.

Et alors Port-au-Prince

Een landing om van te dromen. Na Hispagnola, het eiland waar Haïti op ligt, volledig te zijn overgevolgen, doemden in de ondergaande zon Port-au-Prince en de baai van Port-au-Prince op, aan de voet van het lokale gebergte. Het vliegtuig vloog over de hele stad tot boven de zee, keerde volledig om en vloog vlak over de Amerikaanse oorlogsbodems, de gigantische ziekenhuisboot van de Amerikanen, enkele scheepswrakken en de haven, en landde zachtjes.

De Amerikaanse aanwezigheid aan en op de luchthaven is zeer duidelijk: humvee’s, helikopters die ik vooral ken uit Vietnamfilms, tentenkampen, soldaten die zich zichtbaar dood vervelen, enfin, het gekende zootje. De luchthaven was wel grappig.

Ten eerste: totale chaos en geduw en getrek, waarbij een Duitse dokter opmerkte dat er nu maar een relatief klein vliegtuig was geland. Stel je voor wat het is als er hier eens drie tegelijk toekomen. Ten tweede: de bagageband die je normaal verwacht was vervangen door het kampioenschap bagagewerpen. De valiezen vlogen door de lucht, gelukkig zonder erg. Aan de poort stond meteen een chauffeur van Artsen Zonder Grenzen met het herkenbare logo me op te wachten.

Eerste indrukken van Port-au-Prince.

Eén: Het is Afrika in Amerika, er is weinig Caraïbisch aan, laat staan dat je hier nog een indiaan zou tegenkomen. De geluiden, de huizen, de geuren (de aangename en de onaangename), de gezellige chaos: allemaal Afrikaans. Ik denk alleen dat het licht hier anders is als in Afrika, al kan ik goed niet definiëren wat er anders aan is.

Twee: grote delen van de stad staan nog recht. Je verwacht op een of andere manier in een gigantisch puinhoop terecht te komen maar – te oordelen na de eerste rit – leek er aanvankelijk nog vrij veel recht te staan. De schijn bedriegt echter, de ergst getroffen wijken liggen aan de rand van de stad, de plaatsen waar de bendes daarvoor al het actiefst waren. Bovendien vond de aardbeving om 17u plaats, op dat moment komen ouders hun kinderen halen in de school, veranderen de shifts op het werk in de overheidsgebouwen etc.

Op het moment van de aardbeving vonden zich dus zeer veel mensen in de gebouwen. Vooral de overheidsgebouwen en die zijn het hardst getroffen, vandaar het hoge dodental (Artsen Zonder Grenzen schat 200.000 doden). Ik voelde me bovendien niet bijzonder onveilig. De chauffeur reed rustig en ik voelde geen dreiging in de stad. Dit ondanks de gewelddadige reputatie.

Drie: de hulpverlening is inderdaad massaal. Je kan geen drie straten ver rijden zonder een jeep van een ngo, de blauwhelmen, de VN etc. te passeren.

Het hoofdkwartier

Ik verblijf in het hoofdkwartier van Artsen Zonder Grenzen-België in Port-au-Prince. Ze bezitten hier enkele versleten koloniale gebouwen, stijl vergane glorie, die met elkaar verbonden zijn. Deze gebouwen liggen barstensvol expats zoals ik. Ik slaap op een matras onder een muskietennet in de gang. Lang leve de oordoppen en het ooglapje dus, maar het is zeer goed georganiseerd.

De was wordt gedaan, het is proper, het eten is behoorlijk lekker, er is overal koel water en er is een frigo met pintjes. Ik kwam laat aan (+- 24u wakker) maar nam toch even de tijd om iets te eten, mezelf aan iedereen voor te stellen en een pintje te drinken. Daarna sliep ik zeer goed.

Dimitri , , , ,

  1. No comments yet.
  1. No trackbacks yet.