Het vertrek
Sommigen weten het misschien nog niet, maar ik zit ondertussen in Port-au-Prince in Haïti met Artsen Zonder Grenzen. Het is allemaal zeer snel gegaan, een telefoontje donderdagnammidag om me te zeggen dat ik maandagavond of dinsdagmorgen zou vertrekken. De beslissing viel uiteindelijk op 2 maart vroeg ’s morgens. De laatste dagen thuis waren hectisch en het afscheid was niet altijd even makkelijk, maar goed, ik vertrek met een zeker doel voor ogen. Bij deze deel ik jullie graag mijn eerste impressies.
Een uitzondering in Haïti
Op 1 maart passeerde ging langs op het hoofdkwartier van Artsen Zonder Grenzen-België in Jette. Ik kwam er te weten dat ik in Port-au-Prince zal moeten instaan voor de opbouw van vluchtelingenkampen door distributie van tenten en kook- en hygiënekits (zeep, shampoo, tandpasta, enz.). Deze taak neemt Artsen Zonder Grenzen normaal niet op zich.
Als medische organisatie concentreert Artsen Zonder Grenzen zich op het verlenen van medische hulp (doktersbezoek, medicijnen, operaties, epidemiebestrijding, en gezondheidspromotie) en opleiding van lokaal medisch personeel. Van het andere humanitaire en ontwikkelingshulp trachten zij zich in de mate van het mogelijke te weerhouden, net om hun specialisatie en resultaten in het medische werk te vergroten.In het geval van Haïti wordt dus een uitzondering gemaakt en gaat men wel tenten uitdelen en wel om twee redenen.
Regenseizoen
Eén: de mensen hebben nog steeds geen dak boven hun hoofd, hoogstens een doek. Nu al beginnen de eerste plensbuien en binnen dit en een maand begint het echte regenseizoen. De hospitalen van Artsen Zonder Grenzen krijgen nu al – vooral kinderen – binnen die ziek worden door dat ze nat zijn en in de koude slapen. Er wordt dus verwacht dat dit binnen en maand werkelijk gaat exploderen als men de mensen nu niet een degelijke bescherming tegen de elementen geeft.
Twee: De getroffen bevolking is ongerust over deze buien en weet zeer goed dat er bijzonder veel geld is ingezameld ‘voor Haïti’, maar zien ze er niets van (later meer hierover). De frustratie begint te groeien en de agressiviteit neemt toe. Artsen Zonder Grenzen werkt al meer dan tien jaar in Port-au-Prince, vooral in de erg agressieve en gevaarlijke buitenwijken waar bendes al enkele jaren oorlog voeren met elkaar, de regering, en de lokale VN blauwhelmen om de controle over de wijken.
Uitstekende reputatie
Artsen Zonder Grenzen heeft met haar gratis hulpverlening al tien jaar een uitstekende reputatie in die wijken. De bendes lieten enkele jaren geleden in het heetst van de strijd, zelfs tijdens hun gevechten, wagens van Artsen Zonder Grenzen vrij passeren. Van tijd tot tijd komen er gewonde bendeleiders alsook zieke blauwhelmen het ziekenhuis in (ook nu nog). Maar bovenal is het de lokale bevolking die niets heeft om op terug te vallen die de steun geniet van artsen.
Kortom, de bevolking weet dat zelfs in de meest gevaarlijke omstandigheden de ziekenhuizen blijven functioneren en net daarom genieten ze de steun van de brede gemeenschap. Met de groeiende frustratie van de bevolking kan Artsen Zonder Grenzen zich dus niet veroorloven om de bevolking aan hun lot over te laten omdat tenten uitdelen “niet hun prioriteit is”. De distributie van tenten is dus een investering in de toekomst van de lokale bevolking maar evenzeer in de aanwezigheid van Artsen Zonder Grenzen in deze volatiele wijken.
Tenten uit Pakistan
Tenten uitdelen dus. Alleen had men nog geen plan hoe. Andere secties van Artsen Zonder Grenzen en andere ngo’s hebben het reeds geprobeerd, maar niet altijd met evenveel succes. Stel je even voor dat je met honderd tenten toekomt bij vijf- tot zesduizend mensen die er allemaal absoluut eentje willen. In de meeste gevallen zag men de chaos groeien van zodra de eerste tenten werden uitgedeeld en blies men daarom de hele operatie snel af (evacuatie).
Ik vertrok dus naar hier in de wetenschap dat er nog geen plan is. Wel zijn er een zesduizend tenten onderweg uit Pakistan, goed om een kleine 100.000 mensen aan een dak boven het hoofd te helpen. Ik zou samenwerken in een team met een Canadese terreincoördinator en een Française, allebei met enkele jaren terreinervaring. Ik kreeg nog een briefing over veiligheid en over alle administratie en communicatie en that was it.
Schattig luchthaventje
Op 2 maart vertrok ik vroeg met de Thalys naar Parijs. De bus naar de luchthaven van Orly, het vliegtuig naar Guadaloupe. Onderweg botste ik al op vijf andere medewerkers van Artsen Zonder Grenzen, ook onderweg naar Port-au-Prince. Dit stelde me wel gerust, ik zou dus niet alleen zou toekomen en ce bordele. Ik maakte gebruik van de tijd om enkele handleidingen ‘vluchtenlingen kampen bouwen voor dummies’ te lezen en sliep wat bij opdat ik goed uitgerust zou toekomen.
Guadaloupe zag er leuk uit een klein eiland in de Caraïben een schattig tropisch luchthaventje met een landingsbaan naast een lagune met mangrovebomen. Het zag er leuk uit, misschien kan ik er eens enkele dagen uitrusten.
Dag Dimi,
Tof dit nieuws te lezen. Het doet me zo weer aan An denken toen ze in Rwanda zat. Het zal voor jou een hele ervaring worden en misschien wel het gevoel oproepen van :eindelijk kan ik doen waarnaar ik ik zo verlangde.We kijken vol spanning uit naar verder nieuws Hopelijk is de cultuurshock niet te groot. gelukkig dat je al veel gereisd had. het ga je goed ginds en we denken aan je
van harte gegroet
Rita en Arnold