Noodtoestand in Bangkok, de hoofdstad van Thailand. Twee weken geleden zweefde ik er nog tussen droom en werkelijkheid. Het vredevolle gevoel dat ik met het land associeer, stort nu volledig in. Het doet pijn geweld te zien in een straat waar ik kort geleden nog achterop een brommertaxi zat, met een brede glimlach, genietend van mijn kortstondige vrijheid. Het is dus toch een droom geweest? Het is niet leuk om gedwongen te worden oorlog als een onderdeel van het leven te zien.
Sharia en Jihad
Onze humanitaire hulp is Jihad, predikte een spreker, professor en hoofd van een belangrijke Pakistaanse universiteit voor Islam. De term Jihad wordt in Pakistan algemeen gebruikt om de strijd tegen het kwade aan te duiden. Hij sprak ons begin vorige week toe op de Field Associative Debates in de hoofdstad. Elk land waarin Artsen Zonder Grenzen werkzaam is, organiseert jaarlijks presentaties en discussies voor expats en lokaal personeel over de context en de projecten van de missie.
Kan humanitaire hulp samengaan met de sharia of strenge moslimwet? Moet Artsen Zonder Grenzen blijven werken in een zeer onveilige omgeving? En hoe kan de organisatie zijn personeel beter beschermen in zulk een gewelddadige context? Dat waren de vragen die dit jaar centraal stonden in de Pakistanmissie.
Volgens de prof kunnen humanitaire hulp en Islam samengaan. De strijd tegen armoede, ziekte, honger en miserie is verenigbaar met de principes van de Koran. Het redden van een mens staat in de Islam gelijk aan het redden van de mensheid. En het doden van een mens staat gelijk aan het doden van de mensheid.
De radicale moslimmilitanten hier in de grensregio met Afghanistan vechten een heilige strijd voor de Islam en voor de implementering van de sharia. Volgens de prof misbruiken zij hun geloof om aan invloed te winnen en vertegenwoordigen ze een foute interpretatie van de sharia. De vraag of die moslimwet en humanitaire hulp samengaan is voor ons erg relevant, omdat het deze militanten zijn die hulpverleners met de dood en ontvoering bedreigen.
Explosies en aardbeien
Twee zware explosies beleefde ik de laatste twee weken. Een enorme knal, gevolgd door geweerschoten stoorde me in mijn concentratie tijdens een gezelschapspel met collega’s in de hoofdstad. Zonder te spreken wisten we hoe laat het was. Het eerste dat in me opkwam was mijn collega te telefoneren die buitenhuis was. Hij was ongedeerd. Het eerste nieuws melde dat de ontploffing in een voor ons bekend winkelcentrum was. Later kwam het bericht net buiten dit winkelcentrum was. Overheidsagenten waren het doelwit van een zelfmoordaanslag.
Al stierven er minstens acht mensen tijdens de aanslag, ergens stelt het me dan toch gerust dat het winkelcentrum niet getroffen is. Dat geen gewone burgers de dood vonden tijdens een avondje gezellig winkelen, op een plek waar ikzelf al meerdere malen verse frietjes heb gegeten met collega’s. Wij waren overigens op dat moment niet toegelaten op de plek, volgens de veiligheidsrichtlijnen van de organisatie, vanwege terreurdreiging.
Sinaasappels zijn hier al een paar weken uit de handel, het is tijd voor een ander kleurtje, de aardbeien. Er zijn hier naar mijn gevoel maar enkele dingen die letterlijk kleur geven aan het leven. Daarvan is het fruit in de markten er één. Een andere zijn de mooi met verschillende kleuren beschilderde trucks, en nu de winter voorbij is groeien er ook bloemen in de velden. Sinds enkele dagen ben ik terug in Mike Alfa.
En ook hier werd ons team enkele dagen geleden opgeschrikt door een ontploffing, gevolgd door geweerschoten op enkele honderden meters afstand. De explosie sloeg een groot gat in een van de muren van het kantoor van een ngo. Niemand raakte gewond. Deze organisatie kreeg vooraf al enkele bedreigingen. En vandaag zag ik ze hun boeltje verhuizen. Lokaal personeel legde me uit dat het werk van die ngo niet overeenstemde met de sharia.
Getrouwd met Artsen Zonder Grenzen
Samen met de medische coördinator maakte ik na mijn verlof doelstellingen op voor de tweede helft van mijn missie. En ik ging van start met mijn nieuwe collega terreinverantwoordelijke. Hij categoriseert zichzelf als hyperactief en is naar eigen zeggen getrouwd met Artsen Zonder Grenzen. Hij heeft meer dan dertig missies op zijn palmares. Ik moet zeggen dat ik het een eer vind om met deze ervaren persoon te mogen samenwerken. Toch wordt ook zijn geduld op de proef gesteld door de onmogelijkheid de bergen in te reizen.
Ondertussen heb ik het gevoel dat ik de projectlocaties en de personeelsleden te Lima Delta ken. Dat maakt het voor mij een stuk minder moeilijk om de zaken van op afstand te coördineren. Dagelijks heb ik contact met meerdere lokale medewerkers via e-mail, sms en telefoongesprekken. Toch is het voor mij ook een uitdaging om de zin van mijn aanwezigheid hier te blijven inzien. Het motiveert me veel meer als ik aan de zijde van mijn personeel kan werken en als ik de hulpbehoevenden en ontheemden dagelijks kan zien en groeten.
In Darfoer (Soedan), Mauritanië en Ethiopië stond ik dagelijks in direct contact met de gemeenschap, patiënten en ondervoede kinderen. Toen kon ik de lach en het verdriet van dichtbij meemaken. En toen had ik tenminste nog een zekere bewegingsvrijheid. Ik kijk ernaar uit om begin juli in Antwerpen op mijn fietske te stappen en lekker te fietsen naar waar ik wil. Je zou er moeten kunnen bij zijn, het zou wel eens waar een emotioneel moment kunnen worden. Maar je hoort me niet klagen, ik ben hier overigens vrijwillig. En achteraf smaakt de vrijheid weer des te beter.
Ons derde ontheemdenkamp is er nooit gekomen. De prioriteit is nu om de activiteiten die we gestart zijn te onderhouden: twee ontheemden kampen, drie spoeddiensten, twee consultatiediensten en twee diensten voor moeder- en kindzorg. En om het personeel mentaal en via voldoende vergaderingen, training, middelen en human resources te steunen. De veiligheidssituatie in het district verslechtert langzaam maar zeker. Zelfs een poging om naar een veiligere kantoorlocatie te verhuizen is vorige week afgesprongen, wegens een bedreiging aan het adres van de eigenaar.
De weg over de bergen
Als ik hier overdag op het dak sta, kijk ik geregeld eens naar de weg die de bergen inleidt. Dan vraag ik me af of ik die route spoedig nog eens zal nemen? Voorlopig houd ik het bij computer en telefoonwerk, bij het bestuderen van statistieken, het schrijven van verslagen, het creëren van digitale documenten, het vergaderen met sleutelfiguren uit de medische, logistieke, administratieve en financiële departementjes van het Lima Delta team.
Er komt een goed moment, een van de dagen, waarop mijn collega en ik het er samen berekend op wagen. Daar ben ik van overtuigd. Want mensen hebben mensen nodig. Als team samen zijn, daar kan geen e-mail, sms of telefoongepalaver tegenop.