Archive

Posts Tagged ‘Port-au-Prince’

27 januari: Kleine wonderen

January 28th, 2010

In iedere tragedie zijn er altijd wonderbaarlijke momenten. Een paar van die momenten maakte ik vandaag mee.

De eerste dat ik het voorrecht had een uitgebreide discussie te mogen hebben met de jonge man die voor ons als chauffeur werkt. We zijn in de afgelopen twee dagen onderweg geweest naar het noorden van het land, om te zien wat de behoefte aan hulp is van de Haïtianen die Port-au-Prince zijn ontvlucht. De uittocht uit de stad begon in de dagen na de aardbeving, toen duizenden mensen naar plattelandsziekenhuizen vluchtten, op zoek naar de gezondheidszorg die de verwoestte stad niet meer kon bieden.

Onze chauffeur Christobal en ik konden even kletsen voordat we weer de weg op gingen. Ik vroeg hem naar hoe hij de aardbeving had beleefd, net als ik met al onze medewerkers doe. Hij vertelde dat ondanks dat zijn huis was vernield, zijn vrouw en twee jonge zonen ’t hadden overleefd en dat ze nu op straat slapen, net als iedereen. Maar daarna vertelde hij me een ongelofelijk verhaal.

De dag na de aardbeving, toen hij naar het kantoor van Artsen Zonder Grenzen kwam, hoorde hij dat een van onze internationale hulpverleners bedolven was onder het huis waarin ze verbleef. Eén van Christobals collega’s had haar gedempte geroep gehoord uit de kelder, vanonder de twee verdiepingen die boven op haar waren gevallen.

Christobal en drie andere collega’s overtuigden de landencoördinator ervan hen toestemming te geven haar met hun blote handen uit te graven. Het alternatief was te wachten op een ploeg puinruimers met een kraan, maar daar zouden we minimaal 48 uur op moeten wachten en misschien wel een aantal dagen. Ze konden het niet over hun hart verkrijgen zo lang te wachten, wetende dat ze ook zelf zouden kunnen proberen haar eruit te krijgen.

Het risico was groot dat het weghalen van stukken puin het gebouw verder zou doen instorten en ze zou doden. Maar de tijd tikte door. Dus, op 11 uur ’s ochtends op 13 januari, 15 uur nadat de aardbeving toesloeg, begonnen ze met het wegtrekken van stukken beton, verwrongen metaal en ander puin, stukje bij beetje.

Ze groeven een tunnel die net breed genoeg was om één persoon op z’n buik centimeter voor centimeter naar binnen te laten kruipen. Op een gegeven moment tijdens het graven, toen een van de collega’s in de tunnel was, schudde het gebouw door een naschok. Gelukkig stortte het niet verder in.

Uiteindelijk, 5 uur nadat ze waren begonnen, bereikten ze de expat en haalden ze haar langzaam tevoorschijn. Ze kwam ervan af met een paar snijwonden en blauwe plekken en gelukkig geen gebroken ledematen. Het was echt een wonder dat ze het overleefd had, maar de moed van Christobal en zijn collega’s en de doodsverachting die ze aan de dag legden om haar te redden, is zeer indrukwekkend.

Hij en zijn collega’s dachten geen moment aan het risico dat ze zelf liepen. Ik weet niet of ik de moed zou hebben hetzelfde te doen. Of zoals hij vanochtend tegen me zei: ‘Er is geen “morgen”. Er is alleen vandaag, je leeft voor de dag van nu. Omdat we nooit kunnen weten wat er morgen gebeurt.’

Het tweede wonder gebeurde later die ochtend. Ik was in het ziekenhuis van Dajabon in de Dominicaanse Republiek, net over de grens met Haïti, op tien uur rijden van Port-au-Prince. We bezochten de ziekenzalen. Het doel was om de behoefte aan medische zorg in te schatten bij de patiënten die na de aardbeving uitgeweken zijn naar de Dominicaanse Republiek.

Toen we de afdeling voor postoperatieve zorg binnenstapten, wenkte een jonge verzwakte vrouw me naar haar bed. Ze fluisterde iets in m’n oor in het Spaans, maar ik begreep meteen dat ze uit Haïti kwam. ‘Ik ben een verpleegkundige’, zei ze, ‘Ik werkte voor Artsen Zonder Grenzen toen de aardbeving kwam.’

‘Werkte je in het verloskundige ziekenhuis?’, vroeg ik haar.

‘Ja, ik raakte gewond door de aardbeving, maar mijn familie vond me en bracht me naar Dajabon.’

Vanochtend hield Artsen Zonder Grenzen een moment stilte voor onze vermiste medewerkers, voor degenen die niet teruggevonden zijn nadat de aardbeving onze ziekenhuizen vernielde. De kansen waren enorm klein dat ik een vermiste medewerker in de Dominicaanse Republiek zou terugvinden. Ik was heel dankbaar dat ik mijn bijdrage kon leveren. En dat ik deze kleine wonderen mocht meemaken.

Isabelle , ,

Een buitengewoon weekend

January 25th, 2010

Voor het watsan-team is het een buitengewoon weekend geweest; ons ziekenhuis in Cité Soleil is naar een hoger niveau getild.

De toiletten zijn geledigd. We hebben zelf zeven chemische toiletten op de kop kunnen tikken. Het medisch afval is verwerkt. De incinerator is hersteld. Nu nog enkel hopen dat het de komende dagen niet gaat regenen want het open rioleringskanaal richting zee is gewoon geblokkeerd door tonnen afval van plastic flessen tot stenen, hout, etc.

We zijn dan ook begonnen met een tiental mannen om de boel op te kuisen. Het kanaal gewoon leegscheppen in vrachtwagens. We dachten eerst een kraan te huren, maar we hebben ervoor gekozen om mankracht te gebruiken zodat de plaatselijke bevolking ook iets kan bijverdiening.

Read more…

Patrick , , ,

Woensdag: Overweldigende krachten

January 21st, 2010

Deze ochtend beleefde ik de schrik van mijn leven. Ik had gehoopt om tien minuutjes extra kunnen slapen, want ik werk hier met maar vijf uur slaap per nacht en ik zat op mijn tandvlees. Maar dat geluk was me niet gegund.

Ik voelde mijn slaapzak plots heen en weer schudden op de vloer. Ongeveer één seconde dacht ik dat ik misschien duizelig was van vermoeidheid. Maar ik dacht snel wat anders toen het schudden heviger werd.

Ik sprong recht. In het flauwe ochtendlicht klauterde ik in mijn pyama naar de deur en liep naar beneden, naar de gesloten voordeur. Ik had geen sleutel, maar gelukkig verscheen er een collega om de deur te openen. We geraakten allebei buiten.

Read more…

Isabelle , , , , ,

Maandagavond: Operatiecontainer

January 18th, 2010

Gisteren heb ik het Trinité traumacentrum bezocht. Ik zag een baby’tje, ik schat zo’n anderhalve maand oud. Ze lag op haar zij in haar bedje: haar rechterarm was geamputeerd en met verbandwikkels bedekt. Een verpleegkundige vertelde mij haar verhaal – triest en wonderbaarlijk tegelijkertijd.

Het meisje was in het ziekenhuis toen de aardbeving Port-au-Prince trof. Het ziekenhuis werd deels verwoest. Op onverklaarbare wijze overleefde dit ieniemienie-meisje de val dwars door betonnen vloeren en muren heen. Ze werd gered en van onder het puin uit gehaald, maar we hebben geen idee waar haar moeder is. De kans is groot dat ze helemaal geen familie meer heeft.

Read more…

Isabelle , , , , ,

Zondagmorgen: Mensen slapen buiten

January 17th, 2010

Ik heb maar vier of vijf vrachtwagens en graafmachines gezien die het puin proberen weg te krijgen om mensen te bevrijden, in de hele stad! De stank is in sommige plaatsen overweldigend, op plaatsen waar lijken in de hitte liggen te ontbinden of vlak bij plekken waar de dakloze bevolking zich verzameld heeft. Er zijn geen sanitaire voorzieningen, geen douches, geen latrines en mensen hebben zich met honderden tegelijk verzameld, overal waar een open plaats is in de stad.

’s Nachts moeten we uitkijken om geen mensen aan te rijden die op straat slapen. Ik zag iemand die midden op een kruising lag te slapen, bang dat er een gebouw op hem zou vallen bij een nieuwe aardbeving.

Read more…

Isabelle , , , ,

Zaterdag 16 januari

January 17th, 2010

We rijden naar l’hopital general waar er voor de aardbeving een dialyse-afdeling was.

We willen daar patiënten behandelen met het ‘crush-syndroom’. Als je lang gekneld hebt gezeten, komen er teveel afvalstoffen in de nieren terecht en ga je uiteindelijk dood tenzij…

Voor het ziekenhuis ligt een berg lijken opgestapeld. Het is afschuwelijk; de geur is ook niet te harden.

Patrick , , , ,

Vrijdag 15 januari

January 16th, 2010

Vannacht toegekomen in Port-Au-Prince, Haiti. We zijn met 15 expats. 3 uur geslapen.

Korte briefing over onze 2 ziekenhuizen in Martissant en Cité Soleil.

Cité Soleil:

Om binnen te geraken moet je je een weg banen tussen honderden patienten; het binnenplein ligt gewoon vol mensen. Lelijke wonden, breuken, veel bloed, veel geroep en geschreeuw, mensen die je vastklampen voor hulp.

Mijn taak is de medische ploeg te ondersteunen met water en sanitatie. Eerst de toestand overschouwen, prioriteiten stellen, personeel zoeken, en dan hopen dat wat je wilt doen zo snel mogelijk gebeurt.

In de operatiekamer wordt in stilte geopereerd. Er staat een grote emmer van 120 liter met een kraantje aan. Meer hebben ze voorlopig niet nodig op hun handen te ontsmetten… Het is werken met weinig middelen en een beetje creativiteit.

De incinerator om het medisch afval te verbranden is stuk; al het medisch afval ligt ernaast; een gigantische berg afval vol ziektekiemen.

De toiletten, eigenlijk gewoon een gat in de vloer, zijn helaas allemaal vol.

Patrick , , , , ,