Home > Uncategorized > 2 februari: Het mooiste dat ik zag in deze ramp is de onderlinge solidariteit

2 februari: Het mooiste dat ik zag in deze ramp is de onderlinge solidariteit

February 4th, 2010

Drie weken na Haïti’s verwoestende aardbeving is voor Isabelle Jeanson de tijd gekomen om het land te verlaten. Met pijn in haar hart laat ze de vele patiënten die ze heeft ontmoet achter, getroffen door de waardigheid en solidariteit die de Haïtianen hebben getoond toen zij oog in oog stonden met de ramp.

Ze voelt zich echter gesterkt door de wetenschap dat ook al is er een einde is gekomen aan haar tijd in Haïti, de teams van Artsen Zonder Grenzen zullen doorwerken om de medische zorg te geven die zo enorm nodig is. Isabelle geeft ondersteuning aan de operationele communicatie. Dit is het laatste deel van haar Haïti-dagboek.

Ik zag enorm tegen deze dag op, want er is geen makkelijke manier om afscheid te nemen. Ik heb zoveel sympathie en respect voor de Haïtianen gekregen, die grote waardigheid behouden in deze verlammende tegenspoed.

Vandaag over een week zal ik aan het werk zijn in mijn comfortabele kantoor, terwijl ik me zorgen maak over de mensen die ik heb ontmoet en die een bijzondere diepe indruk op mij gemaakt hebben. Zoals mijn kleine Gabrielle die voor haar leven vecht. Of de lieve Sinthia, 19 jaar oud, die koorts heeft en met een gewond been in een van onze ziekenhuisbedden ligt. Op 4 januari kreeg zij een baby, maar haar kleine meisje is een paar dagen na de aardbeving overleden van de kou van het ’s nachts buiten slapen, vertelde ze mij.

Ik zal denken aan Ste-Amise en haar baby van 4 maanden. Ook zij wacht in haar ziekenhuisbed, haar been in een fixatie-apparaat, terwijl haar andere 4 kinderen onder een laken op straat zitten. Ik kan hier weg, maar zij worden elke ochtend weer geconfronteerd met hun wrede realiteit.

Onze teams breiden hun medische activiteiten uit. We hebben nu verschillende locaties in Port-au-Prince, Léogâne en Jacmel. Niet alleen om chirurgische zorg te geven aan de gewonden, maar ook voor revalidatie, huidtransplantatie (binnenkort), hulp aan ondervoede kinderen, verloskundige zorg, counseling en langdurige zorg voor onze honderden patiënten.

De fysieke wonden zullen met de tijd helen, maar ook de wonden in hun hart zullen speciale zorg nodig hebben. Veel mensen vertellen me dat ze niet willen denken aan het gebeurde, omdat ze hun angst niet willen herbeleven. Ik sprak vandaag met een patiënte, Elizabeth. Ze was niet alleen zwaargewond maar ook depressief. Ze was stil en teruggetrokken en barstte zo nu en dan in huilen uit. De schok van haar lichamelijke toestand, van het verlies van de weinige bezittingen die ze had, van haar thuis, het is te veel voor haar om te dragen. Wat is haar toekomst? Waar zal zij wonen? De beperkingen aan de steun die ik haar kan bieden, staan me tegen. Als de lichamelijke verwondingen eenmaal zullen helen, hebben mensen werk en huizen nodig om in veiligheid te kunnen leven.

De afgelopen week hebben we de situatie in verschillende gebieden onderzocht. Het deed ons beseffen dat er hoop is voor de mensen die Port-au-Prince hebben verlaten. Het was verbazingwekkend om de solidariteit in deze kleine steden te zien. Aardbevingsslachtoffers krijgen gratis gezondheidszorg, zowel in de Dominicaanse Republiek als in Haïti. Dokters bieden hun diensten aan en burgemeesters regelen bussen die mensen vanuit Port-au-Prince ophalen om hen terug te brengen naar de stad waar zij vandaan komen.

Het mooiste dat ik zag in deze ramp is de onderlinge solidariteit. Haïtianen die elkaar helpen, hun leven riskeren om vrienden en onbekenden onder het puin uit te trekken, het kleine beetje eten dat ze hebben delen, tientallen mensen die dakloos zijn geraakt onderbrengen in hun eigen huis op het platteland, en op elkaar letten als ze ’s nachts in de straten van Port-au-Prince hun hoofd te ruste leggen.

En er is nu ook hoop in de vorm van tientallen organisaties die willen helpen, hoe ze ook maar kunnen. Burgemeesters hebben honderden mensen ingehuurd om de straten schoon te vegen, en zo wat orde en netheid terug te brengen. En mensen zetten kleine stalletjes op om voedingswaren te verkopen in de daklozenkampen die verspreid zijn door de stad. Het leven moet doorgaan.

Mijn laatste wens is dat lang nadat de camera’s vertrokken zijn, wij, de gelukkigen onder ons, Elizabeth, Synthia, Ste-Amise en Gabrielle niet zullen vergeten. Want zij zullen de schok van deze ramp blijven dragen. De enige reden waarom ik kan aanvaarden dat ik hen moet achterlaten is de wetenschap dat wij, op zijn minst, medische zorg zullen blijven geven zolang de mensen die nodig hebben.

admin Uncategorized

  1. No comments yet.
  1. No trackbacks yet.