De eerste werkdag

March 9th, 2010

Ze beginnen hier vroeg. Om zeven uur au travail! Maar eigenlijk maakt het niet uit, de zon gaat op (en gaat onder) om 6u, dus gebruiken we de uren dat het licht is. Dat wil zeggen: ook vroeg gaan slapen. Na een goed ontbijt kreeg ik een briefing van de Head of Mission, de landenverantwoordelijke zeg maar. Hij gaf ons een bijzonder interessante update over de situatie in Haïti op humanitair en politiek vlak.

Daarna kreeg ik nog een security briefing, waarin opnieuw duidelijk werd gemaakt dat we met ons vluchtelingkamp de sleutel tot de veiligheid voor Artsen Zonder Grenzen in onze handen hebben, maar dat we ons ook op onbekend terrein wagen. Echter, alles wordt gemonitord door diverse veiligheidsexperts, dus normaal moet het wel loslopen.

Read more…

Dimitri

Et alors: Port-au-Prince

March 5th, 2010

Een landing om van te dromen. Na Hispagnola, het eiland waar Haïti op ligt, volledig te zijn overgevolgen, doemden in de ondergaande zon Port-au-Prince en de baai van Port-au-Prince op, aan de voet van het lokale gebergte. Het vliegtuig vloog over de hele stad tot boven de zee, keerde volledig om en vloog vlak over de Amerikaanse oorlogsbodems, de gigantische ziekenhuisboot van de Amerikanen, enkele scheepswrakken en de haven, en landde zachtjes.

De Amerikaanse aanwezigheid aan en op de luchthaven is zeer duidelijk: humvee’s, helikopters die ik vooral ken uit Vietnamfilms, tentenkampen, soldaten die zich zichtbaar dood vervelen, enfin, het gekende zootje. De luchthaven was wel grappig.

Read more…

Dimitri

Het vertrek

March 5th, 2010

Sommigen weten het misschien nog niet maar ik zit ondertussen in Port-au-Prince in Haïti met Artsen Zonder Grenzen. Het is allemaal zeer snel gegaan, een telefoontje donderdagnammidag om me te zeggen dat ik maandagavond of dinsdagmorgen zou vertrekken. De beslissing viel uiteindelijk op 2 maart vroeg ’s morgens. De laatste dagen thuis waren hectisch en het afscheid was niet altijd even makkelijk, maar goed, ik vertrek met een zeker doel voor ogen. Bij deze deel ik jullie graag mijn eerste impressies.

Op 1 maart passeerde ging langs op het hoofdkwartier van Artsen Zonder Grenzen-België in Jette. Ik kwam er te weten dat ik in  Port-au-Prince zal moeten instaan voor de opbouw van vluchtelingenkampen door distributie van tenten en kook- en hygiënekits (zeep, shampoo, tandpasta, enz.) Deze taak neemt Artsen Zonder Grenzen normaal niet op zich.

Als medische organisatie concentreert Artsen Zonder Grenzen zich op het verlenen van medische hulp (doktersbezoek, medicijnen, operaties, epidemiebestrijding, en gezondheidspromotie) en opleiding van lokaal medisch personeel. Van het andere humanitaire en ontwikkelingshulp trachten zij zich in de mate van het mogelijke te weerhouden, net om hun specialisatie en resultaten in het medische werk te vergroten. In het geval van Haïti wordt dus een uitzondering gemaakt.

Read more…

Dimitri

2 februari: Het mooiste dat ik zag in deze ramp is de onderlinge solidariteit

February 4th, 2010

Drie weken na Haïti’s verwoestende aardbeving is voor Isabelle Jeanson de tijd gekomen om het land te verlaten. Met pijn in haar hart laat ze de vele patiënten die ze heeft ontmoet achter, getroffen door de waardigheid en solidariteit die de Haïtianen hebben getoond toen zij oog in oog stonden met de ramp.

Ze voelt zich echter gesterkt door de wetenschap dat ook al is er een einde is gekomen aan haar tijd in Haïti, de teams van Artsen Zonder Grenzen zullen doorwerken om de medische zorg te geven die zo enorm nodig is. Isabelle geeft ondersteuning aan de operationele communicatie. Dit is het laatste deel van haar Haïti-dagboek.

Ik zag enorm tegen deze dag op, want er is geen makkelijke manier om afscheid te nemen. Ik heb zoveel sympathie en respect voor de Haïtianen gekregen, die grote waardigheid behouden in deze verlammende tegenspoed.

Read more…

Uncategorized

27 januari: Kleine wonderen

January 28th, 2010

In iedere tragedie zijn er altijd wonderbaarlijke momenten. Een paar van die momenten maakte ik vandaag mee.

De eerste dat ik het voorrecht had een uitgebreide discussie te mogen hebben met de jonge man die voor ons als chauffeur werkt. We zijn in de afgelopen twee dagen onderweg geweest naar het noorden van het land, om te zien wat de behoefte aan hulp is van de Haïtianen die Port-au-Prince zijn ontvlucht. De uittocht uit de stad begon in de dagen na de aardbeving, toen duizenden mensen naar plattelandsziekenhuizen vluchtten, op zoek naar de gezondheidszorg die de verwoestte stad niet meer kon bieden.

Onze chauffeur Christobal en ik konden even kletsen voordat we weer de weg op gingen. Ik vroeg hem naar hoe hij de aardbeving had beleefd, net als ik met al onze medewerkers doe. Hij vertelde dat ondanks dat zijn huis was vernield, zijn vrouw en twee jonge zonen ’t hadden overleefd en dat ze nu op straat slapen, net als iedereen. Maar daarna vertelde hij me een ongelofelijk verhaal.

De dag na de aardbeving, toen hij naar het kantoor van Artsen Zonder Grenzen kwam, hoorde hij dat een van onze internationale hulpverleners bedolven was onder het huis waarin ze verbleef. Eén van Christobals collega’s had haar gedempte geroep gehoord uit de kelder, vanonder de twee verdiepingen die boven op haar waren gevallen.

Christobal en drie andere collega’s overtuigden de landencoördinator ervan hen toestemming te geven haar met hun blote handen uit te graven. Het alternatief was te wachten op een ploeg puinruimers met een kraan, maar daar zouden we minimaal 48 uur op moeten wachten en misschien wel een aantal dagen. Ze konden het niet over hun hart verkrijgen zo lang te wachten, wetende dat ze ook zelf zouden kunnen proberen haar eruit te krijgen.

Het risico was groot dat het weghalen van stukken puin het gebouw verder zou doen instorten en ze zou doden. Maar de tijd tikte door. Dus, op 11 uur ’s ochtends op 13 januari, 15 uur nadat de aardbeving toesloeg, begonnen ze met het wegtrekken van stukken beton, verwrongen metaal en ander puin, stukje bij beetje.

Ze groeven een tunnel die net breed genoeg was om één persoon op z’n buik centimeter voor centimeter naar binnen te laten kruipen. Op een gegeven moment tijdens het graven, toen een van de collega’s in de tunnel was, schudde het gebouw door een naschok. Gelukkig stortte het niet verder in.

Uiteindelijk, 5 uur nadat ze waren begonnen, bereikten ze de expat en haalden ze haar langzaam tevoorschijn. Ze kwam ervan af met een paar snijwonden en blauwe plekken en gelukkig geen gebroken ledematen. Het was echt een wonder dat ze het overleefd had, maar de moed van Christobal en zijn collega’s en de doodsverachting die ze aan de dag legden om haar te redden, is zeer indrukwekkend.

Hij en zijn collega’s dachten geen moment aan het risico dat ze zelf liepen. Ik weet niet of ik de moed zou hebben hetzelfde te doen. Of zoals hij vanochtend tegen me zei: ‘Er is geen “morgen”. Er is alleen vandaag, je leeft voor de dag van nu. Omdat we nooit kunnen weten wat er morgen gebeurt.’

Het tweede wonder gebeurde later die ochtend. Ik was in het ziekenhuis van Dajabon in de Dominicaanse Republiek, net over de grens met Haïti, op tien uur rijden van Port-au-Prince. We bezochten de ziekenzalen. Het doel was om de behoefte aan medische zorg in te schatten bij de patiënten die na de aardbeving uitgeweken zijn naar de Dominicaanse Republiek.

Toen we de afdeling voor postoperatieve zorg binnenstapten, wenkte een jonge verzwakte vrouw me naar haar bed. Ze fluisterde iets in m’n oor in het Spaans, maar ik begreep meteen dat ze uit Haïti kwam. ‘Ik ben een verpleegkundige’, zei ze, ‘Ik werkte voor Artsen Zonder Grenzen toen de aardbeving kwam.’

‘Werkte je in het verloskundige ziekenhuis?’, vroeg ik haar.

‘Ja, ik raakte gewond door de aardbeving, maar mijn familie vond me en bracht me naar Dajabon.’

Vanochtend hield Artsen Zonder Grenzen een moment stilte voor onze vermiste medewerkers, voor degenen die niet teruggevonden zijn nadat de aardbeving onze ziekenhuizen vernielde. De kansen waren enorm klein dat ik een vermiste medewerker in de Dominicaanse Republiek zou terugvinden. Ik was heel dankbaar dat ik mijn bijdrage kon leveren. En dat ik deze kleine wonderen mocht meemaken.

Isabelle , ,

Een buitengewoon weekend

January 25th, 2010

Voor het watsan-team is het een buitengewoon weekend geweest; ons ziekenhuis in Cité Soleil is naar een hoger niveau getild.

De toiletten zijn geledigd. We hebben zelf zeven chemische toiletten op de kop kunnen tikken. Het medisch afval is verwerkt. De incinerator is hersteld. Nu nog enkel hopen dat het de komende dagen niet gaat regenen want het open rioleringskanaal richting zee is gewoon geblokkeerd door tonnen afval van plastic flessen tot stenen, hout, etc.

We zijn dan ook begonnen met een tiental mannen om de boel op te kuisen. Het kanaal gewoon leegscheppen in vrachtwagens. We dachten eerst een kraan te huren, maar we hebben ervoor gekozen om mankracht te gebruiken zodat de plaatselijke bevolking ook iets kan bijverdiening.

Read more…

Patrick , , ,

Zaterdag: Een fenomenaal ziekenhuis

January 24th, 2010

Langzaam begint er hier wat te veranderen. Iedere dag zie ik in onze klinieken en ons kantoor kleine maar duidelijke veranderingen. De voorraden beginnen zich eindelijk een beetje op te stapelen in onze opslag, er komt wat orde in de chaos.

Het programma van Artsen Zonder Grenzen ontwikkelt zich ook. Ik sprak met een psycho-sociaal specialist die me uitlegde dat deze fase van counseling vooral over het geven van informatie gaat: mensen duidelijk maken waar ze medische zorg kunnen krijgen, ze uitleg geven over wat aardbevingen eigenlijk zijn enzovoort.

Pas wanneer de mensen er klaar voor zijn, zullen ze gaan praten over wat ze hebben doorgemaakt. Tot de meesten is nog niet volledig doorgedrongen wat ze hebben is overkomen. Dat kan over een paar dagen komen of over een paar weken, als ze zich realiseren wat het betekent dat ze hun huis, hun familieleden, hun bezittingen, hun werk en alles dat ze herinnert aan hun oude leven verloren hebben.

Read more…

Isabelle , , , , ,

Donderdag 21 januari: Heel veel moed nodig

January 22nd, 2010

Ondertussen werken we in vier ziekenhuizen. Het is een ramp om van het ene ziekenhuis naar het andere te rijden. Het verkeer zit gewoon muurvast. ‘s Morgens begin je je dag vol goede moed met een waslijst van dingen die je zeker die dag moet doen en tegen ‘s avonds merk je dat je er nog niet de helft hebt van kunnen doen.

We zijn ondertussen met drie watsans (water en sanitatiespecialisten) en we proberen met alle mogelijke middelen ons zorgenkind “hospital in cité soleil” naar een aanvaardbaar niveau te brengen. Maar alles zit gewoon tegen.

Read more…

Patrick , ,

Woensdag: Overweldigende krachten

January 21st, 2010

Deze ochtend beleefde ik de schrik van mijn leven. Ik had gehoopt om tien minuutjes extra kunnen slapen, want ik werk hier met maar vijf uur slaap per nacht en ik zat op mijn tandvlees. Maar dat geluk was me niet gegund.

Ik voelde mijn slaapzak plots heen en weer schudden op de vloer. Ongeveer één seconde dacht ik dat ik misschien duizelig was van vermoeidheid. Maar ik dacht snel wat anders toen het schudden heviger werd.

Ik sprong recht. In het flauwe ochtendlicht klauterde ik in mijn pyama naar de deur en liep naar beneden, naar de gesloten voordeur. Ik had geen sleutel, maar gelukkig verscheen er een collega om de deur te openen. We geraakten allebei buiten.

Read more…

Isabelle , , , , ,

Maandagavond: Operatiecontainer

January 18th, 2010

Gisteren heb ik het Trinité traumacentrum bezocht. Ik zag een baby’tje, ik schat zo’n anderhalve maand oud. Ze lag op haar zij in haar bedje: haar rechterarm was geamputeerd en met verbandwikkels bedekt. Een verpleegkundige vertelde mij haar verhaal – triest en wonderbaarlijk tegelijkertijd.

Het meisje was in het ziekenhuis toen de aardbeving Port-au-Prince trof. Het ziekenhuis werd deels verwoest. Op onverklaarbare wijze overleefde dit ieniemienie-meisje de val dwars door betonnen vloeren en muren heen. Ze werd gered en van onder het puin uit gehaald, maar we hebben geen idee waar haar moeder is. De kans is groot dat ze helemaal geen familie meer heeft.

Read more…

Isabelle , , , , ,